Saturday, December 19, 2020

Kerstseizoen (snelsonnettenkrans)

Een snelsonnettenkrans is een groep van zes versjes waarvan de begin- en eindregels samen het meestersnelsonnet vormt:

 

M

Gestoord word ik van al die lieve groeten

Al was ik eerst nog best wel enthousiast

Na vijftig kaarten wordt het wel een last

Een leuk gebaar ontaardt in heilig moeten


Ik laat me hoe dan ook vandaag niet kennen

M’n hand is lam maar ik ga door met pennen


1

Gestoord word ik van al die lieve groeten

Gelukkig kerstfeest en een fijn nieuw jaar

Een vrolijk uitzwaaifeestje met elkaar

Ik toast op bitcoin en op rentevoeten


Die geldverwijzing is wat ongepast

Al was ik eerst nog best wel enthousiast


2

Al was ik eerst nog best wel enthousiast

Voor wat betreft de lengte van mijn lijstje -

Want met een grote vriendenkring bewijs je

Dat jij wel meetelt als sociale gast -


En bij de veertig nog steeds lettervast

Na vijftig kaarten wordt het wel een last


3

Na vijftig kaarten wordt het wel een last

Als al die wensen met hun kerstcadansen

Geheel verstoken blijken van nuancen

En mijn verlamde hand de zinnen krast


Het is van kaart naar kaart nu enkel wroeten

Een leuk gebaar ontaardt in heilig moeten


4

Een leuk gebaar ontaardt in heilig moeten

Dus waarom stop ik niet met dit gedoe

Ik ben die valse kerstimpressies moe

Een spar met sneeuw, een egeltje met sproeten


Al heb ik nog m’n buik zo vol van dennen

Ik laat me hoe dan ook vandaag niet kennen


5

Ik laat me hoe dan ook vandaag niet kennen

En zorgt het eenenvijfstigste tableautje

hier op de zijkant van dit vingerkootje

nog voor zo’n dikke blaar; het zal wel wennen


Ik sta niet toe dat iets mij nog zal jennen

M’n hand is lam maar ik ga door met pennen


6

M’n hand is lam maar ik ga door met pennen

De bode is als Santa uitgedost

En onderbreekt mij met een lading post

Hij wenkt en maant mij naar hem toe te rennen


De honderd kaarten zijn ook honderd knoeten

Gestoord word ik van al die lieve groeten

Tuesday, May 5, 2020

Het kamerlid ziet bleek


Zeg kamerlid, hoe maak je het? Je oogt een beetje minnetjes.
Je neemt de anderhalve meter afstand toch in acht
daar in je Haagse fractie bij je vrienden en vriendinnetjes?
Corona had aan Cor en Kurt juist samen-tijd gebracht.

Ik snap er niets van, eerlijk waar, ik krijg het alsmaar heter,
en voel me landerig en ziek, totaal geen energie.
De griep! riep babcia, blijf jij daar, haal ik de thermometer.
Je chebt verhoging, kamerlid, van achtendertig drie.

Verhoging? Koorts? Laat dat eens zien. Wie heeft me dat gegeven?
En wat als het corona is? Het zit me ook nooit mee.
Ik moet nu in het landsbelang gaan vechten voor mijn leven.
Gelukkig is er nu voldoende plaats op de IC.

Zeg, kamerlid, wat zijn dat daar, die vlekjes op je handen?
Toen deinsden Cor en Kurt wat terug, het zag er niet goed uit.
Het kamerlid zei radeloos: Die kriebelen en branden!
Vermoedelijk geeft een mutatie plekjes op de huid.

Da’s flauwekoel, zei babcia toen, gewoon de waterpokken.
Hier is een chavermoutcompres, het middel tegen jeuk.
Een weekje rustig aan doen en dan zijn ze zo vertrokken.
Naar boven onder warme wol, al vind je dat niet leuk.

Jouw diagnose, babcia, stuit helaas op wat bezwaren,
want kinderziekten passen niet bij ‘n kamerlidmaatschap.
Het zal vast wel corona zijn, dat kan men goed verklaren.
Ik licht direct mijn fractie in, dat is een eerste stap.

Komt niets van in, zei babcia ferm, mobieltje in de kast.
En nu naar bed met hete kruik en theeglas zoete kwast.

Saturday, April 25, 2020

Genieten



Vanmorgen lag er voor de deur een pakje klaar.
Een kennis die mij voor een dienst bedanken wilde,
zond mij een schaaltje van het pottenbakkersgilde.
Wat een verrassing, dacht ik, zo'n mooi exemplaar.

Ontsmetten, klonk zijn commentaar, niet uit het lood.
Ik kan toch zo genieten van m’n echtgenoot.



Wednesday, April 8, 2020

Lockdown op driehoog-achter


De kamer warmt goed op met volle zon.
Bij 30 graden lijkt het of het kleed,
dat nog van oma was, van mufheid zweet.
Dus hang ik het maar even op ‘t balkon.

Zoonlief van zestien heeft een bariton,
waarmee hij, zonder dat het hem verveelt,
steeds weer zo'n zelfde punkrocknummer kweelt.
Ik wijs hem resoluut naar het balkon.

Mijn man bedient zich van de scheerlotion,
met beide handen klappend op de wangen.
De ambergemberwalm blijft om hem hangen.
Hij moet maar even luchten op ‘t balkon.

Lief dochtertje, nog in haar nachtjapon,
deelt via facetime met haar hartsvriendinnen
het laatste nieuws van vorsten en vorstinnen.
Dat kan ze ook wel doen op het balkon.

De hond kauwt op zijn bot in het salon.
En telkens klettert het op de plavuizen
wanneer hij krabt; misschien heeft-ie wel luizen.
Ik zet hem maar zolang op het balkon.

Ik troost me met een mokje drinkbouillon.
Isolement kan ik niet goed verdragen;
de eenzaamheid, die vliegt me aan met vlagen.
Gelukkig is er altijd het balkon.

Afbeelding: pxhere.com/en/photo/143011 (deel)

Saturday, March 14, 2020

Op slot?

Ik liet vanmorgen vroeg mijn hondje uit
langs weideweggetjes en lindedreven,
waar knoppen groen getuigen van het leven
en in de toppen fier een lijster fluit.

‘t Sociale leven is op slot gedaan.
De lente trekt zich daar geen loot van aan.